Ontstaan van Linux

In 1984 nam de Amerikaan Richard Stallman het initiatief tot het GNU-project, dat de ontwikkeling behelsde van een compleet, op Unix gelijkend besturingssysteem. Met een groep vrijwilligers, uitmondend in de Free Software Foundation, ging Stallman aan de slag.
Na enkele jaren waren er veel goede en vrije hulp-, ontwikkelings- en toepassingsprogramma’s beschikbaar onder de GNU-vlag. Deze onderdelen van het GNU-project, zoals de macro-verwerker m4, de compiler gcc (voor C en andere programmeertalen) en de teksteditor emacs, werden al snel populair op andere Unix-achtige systemen. Maar de kernel van het nieuwe systeem (die inmiddels bekend staat als de Hurd) was veel moeilijker te ontwerpen dan verwacht, en ontbrak nog.Linus Torvalds, Fins informaticus, wordt beschouwd als verantwoordelijke voor het ontstaan van de linux kernel
In 1991 wilde de Fin Linus Torvalds, die op de universiteit kennis had gemaakt met Unix, ook een soortgelijk besturingssysteem hebben om thuis te gebruiken, maar omdat de commerciële pakketten te duur waren, was hij genoodzaakt Minix te gebruiken. Al snel voldeed dit besturingssysteem niet meer voor Linus, en besloot hij zijn eigen besturingssysteem te maken, gebaseerd op Unix. Zijn eerste versie was niet echt een bruikbaar besturingssysteem, maar meer een speeltje voor hackers en programmeurs. Al snel werden er andere hackers aangetrokken tot Linus’ project en zo groeide Linux al snel uit tot een volledig productief besturingssysteem.
Linux is in feite niet het volledige besturingssysteem, maar alleen de kernel. De kernel zorgt ervoor dat software en hardware juist samenwerken. Linus heeft alleen de kernel gemaakt en heeft als software bestaande, gratis GNU-software gebruikt. De kernel werd aangepast zodat de GNU-software hierop kon werken. Daarom wordt het besturingssysteem ook wel GNU/Linux genoemd. In de loop der jaren is er echter steeds meer niet-GNU-software bijgekomen (zoals software onder de BSD-licentie) en is volgens sommigen de naam GNU/Linux minder van toepassing dan ze ooit was. Essentiële onderdelen als Bash, glibc, fileutils en gcc zijn echter nog steeds GNU. Het volledige systeem wordt echter in het algemeen kortweg Linux genoemd. Bovendien zijn er systemen (zoals vele embedded systemen) waar bovenop de Linuxkernel geen GNU-tools gebruikt worden, de naam GNU/Linux is dan helemaal niet van toepassing.
In 1992 en 1993 groeide Linux uit tot een volledig functionele kernel, en kreeg het ook steeds meer aandacht. Verschillende bedrijven begonnen eigen distributies te ontwikkelen. In 1994 kwamen de eerste nummers uit van het tijdschrift Linux Journal magazine.
Sinds versie 1.0 van de Linuxkernel in 1994 is uitgekomen, is de kernel sterk verbeterd en stabieler geworden. Ondertussen wordt door vele bedrijven Linux boven Windows verkozen. Met name in de servermarkt heeft Linux een significante positie veroverd[1], maar ook voor embedded toepassingen (zoals in mobiele telefoons) is het populair en vier van de vijf snelste computers ter wereld draaien Linux. Grootste Linux-gebruiker is Google (met meer dan 100.000 servers).

Advertenties
%d bloggers liken dit: