De terminal

Het terminal van Ubuntu is een onderdeel dat zeker als je net start in Linux voor nogal wat verwarring kan zorgen. Toch is het een heel erg krachtig instrument waarmee je eenvoudig en snel verschillende taken op je pc kan aansturen. Zo kan je bijv. eenvoudig een nieuwe netwerklogin aanmaken. De rechten van een map aanpassen of nieuwe software installeren.

De rede dat het Terminal zo krachtig is en in veel gevallen sneller werkt dat de GUI (graphical user interface, het besturingssysteem zoals je het ziet zeg maar) is eigenlijk heel eenvoudig.

Verschillen tussen Windows en Linux qua systeembeheer:

In Windows ben je als GUI user (de admin gebruiker) helemaal vrij wat je wil doen. Wil je iets installeren dan kan je gewoon dubbelklikken op het setup bestandje wat je gedownload hebt en installeren waar je wil. Wil je netwerk of hardware instellen of veranderen, ook geen probleem. Zelfs onderdelen uit de windows map weg gooien was tot aan Vista een van de mogelijkheden. Je bent dus oppermachtig op je eigen pc. Nu klinkt dat heel erg fijn, maar je moet natuurlijk wel weten wat wel en niet kan. Daarbij komt dat als je een virus binnen krijgt die zich als de Administrator voor kan doen (of als de Administrator zelf een virus probeert te openen, per ongeluk uiteraard) dan kan dat virus zich ook nestelen waar het wil. Met alle gevolgen van dien natuurlijk.

Linux werkt op een iets andere basis. Het besturingssysteem is hier de baas. En wij als gebruiker zijn gebruikers (Klinkt het al logischer dan het voorgaande voorbeeld waar de gebruiker meteen de beheerder was ??).

De administrator heet in Linux de “Root”. Omdat wij als wij bijv. Ubuntu (maar dit kan elke linux variant zijn) gebruiken alleen maar gebruiker zijn mogen wij aan sommige instellingen/bestanden niet komen zonder toestemming van de Root. Bestanden weg gooien die het besturingssysteem nodig heeft is er dan ook niet zo snel bij want de Root (die weet wat belangrijke bestanden zijn voor het besturingsysteem en wat niet) houdt ons dan tegen.

Ook bij het installeren van programma’s wil Root het voor het zeggen hebben. En dat is maar goed ook want dat staat aan de basis van de virusvrijheid van linux systemen (een stukje software -virus/adware e.d.- mag zich zelf gewoon niet automatisch installeren en al helemaal niet in de mappen van het besturingssysteem).

Toch kunnen wij als gebruikers van het besturingssysteem wel eens aan de Root vragen of wij toestemming kunnen krijgen om iets te installeren of aan te passen. Root zal om zijn wachtwoord vragen en als we dat in geven kunnen we tijdelijk die ene handeling uit voeren. Dit kan zoals gezegt een programma installeren zijn maar ook het instellen van het netwerk hoort bij dit soort handelingen. Eenmaal ingesteld beschermd de Root het besturingssysteem weer voor “perongeluk domme fouten die iedereen wel eens maakt” van ons als gebruiker.

Waarom terminal ?? In Windows gebruikt toch ook niemand meer DOS:

Nu we het verschil van werken van beide systemen hebben besproken gaan we eens kijken wat dit met het terminal te maken heeft en waarom dit nu zo’n krachtige tool is.

Het terminal lijkt veel op DOS (command prompt voor iedereen die vanaf Windows 95 met de pc in aanraking gekomen is). Maar toch is het wezelijk anders door de andere opzet van Linux en de gebruikers. Omdat je binnen een Linux besturingssysteem standaard alleen maar rechten hebt om met de pc te werken in plaats van het systeem te beheren moet je op een andere manier systeembeheer taken uit voeren. Zoals in het vorige stuk al beschreven kan dit door tijdelijk toestemming te vragen aan de Root om iets te doen.

Sudo

Dit tijdelijk toestemming vragen aan de Root doe je door of in het onderdeel systeem beheer iets aan te klikken waarna de Root je om het wachtwoord zal vragen. Of je duikt het terminal venser in waarin je zelf kan aangeven dat je toestemming nodig hebt.
Dit doe je door het commando “sudo” voor je opdracht te zetten. Sudo heeft dus niets te maken met het populaire puzzeltje maar is dus niets anders dan de opdracht: Root voer … uit voor mij.

Als voorbeeld:

sudo apt-get install ….

Hierna zal er om een wachtwoord gevraagd worden, dat voer je in en drukt op “Enter” om te bevestigen.

Dit geeft de Root de opdracht om programma “….” te installeren. En zo zijn er nog veel meer commando’s waarbij je de Root de opdracht geeft iets te doen maar die komen straks aan bod.

Nu denk je misschien: ‘wat omslachtig, in windows kan ik gewoon dubbelklikken en direct instellingen veranderen’. Maar zoals gezegt kan een virus (of je zusje van 8.. ik weet niet wat lastiger is 😉 ) dat ook. In Ubuntu en andere linux varianten hoef je je daar geen zorgen over te maken want de Root houdt een oogje voor je in het zeil.

Ik denk dat de kracht van de terminal wel een beetje duidelijk geworden is nu. In het kort komt het op dit neer: Als gebruiker kan je puur de computer gebruiken (en is er dus geen mogelijkheid tot ‘misbruiken’) het terminal stelt je in staat direct met de Root te praten en opdrachten door te geven. Zo kan je dus eenvoudig de Root dingen laten uit voeren. Sluit je het terminal venster weer af dan verlies je het contact met de Root en ben je weer gewoon gebruiker.

De planning was om hier zelf een uitleg over de mogelijkheden en de basis van het terminal te schrijven. Maar ik ben langs een bijzonder duidelijke site gekomen waarop het gebruik van de terminal erg helder uitgelegd staat. Het lijkt me een beetje overbodig om het wiel opnieuw uit te vinden dus ik zou je dan ook willen adviseren om eens een kijkje te nemen op de TerminalHowto – Ubuntu Wiki.

Advertenties
%d bloggers liken dit: